Wordt het klassieke schoolsysteem binnenkort buitenspel gezet?

De laatste tijd krijgt het klassieke onderwijssysteem vaak kritiek. De druk op de leraren is groot, de inrichtende macht reageert traag op een snel veranderende markt en ondertussen gaat de kwaliteit van het onderwijs gestaag achteruit. Tegelijkertijd ontwikkelt er zich in de achtergrond een onderwijssysteem dat geen last blijkt te hebben van deze drempels. Wat in de makerwereld begon met programmeren en hacken, breidde al snel uit tot een educatief laboratorium dat steeds meer raakvelden vindt met het klassieke onderwijs.

Het klassieke schoolsysteem is een systeem dat zijn roots vindt bij de Grieken en de Romeinen en een massale uitbreiding kende tijdens de industriële revolutie.  Deze begintijden legden de grondslag van de hiërarchie van de leeronderwerpen zoals we die vandaag nog steeds kennen met talen en wetenschap helemaal bovenaan. De retorica, de kunst van de welsprekendheid was toen een bittere noodzaak in de politiek en de rechtspraak. Maar ook de wetenschappen kenden hun belang in de klassieke oudheid. Alhoewel deze lange tijd vooral theoretisch werden gevoerd door natuurfilosofen, astrologen en priesters, werd de belangrijkheid ervan wel bekrachtigd tijdens de industriële revolutie. Een periode waarin we procedés, producten en dergelijke meer op een gecontroleerde manier konden herhalen. Om dit in serie te kunnen uitvoeren werden fabrieken opgericht. Vanaf het platteland kwamen grote aantallen mannen, vrouwen en ook kinderen, om in die fabrieken te gaan werken. Een tijdje later kwam het verbod op kinderarbeid en de wet op leerplicht waardoor kinderen massaal naar de scholen werden gestuurd. Tijdens deze nieuwe situatie werd het onderwijs weinig in vraag gesteld.  Talen en wetenschappen waren de belangrijkste onderwerpen gevolgd door de humane wetenschappen. Kunsten en sport dienden om de bredere ontwikkeling wat bij te schroeven maar hadden weinig economische waarde binnen die industriële revolutie.

De wereld en het economische landschap zijn sindsdien echter sterk veranderd. Eigenaardig genoeg evolueerde ons schoolsysteem een stuk minder. De huidige evoluties op sociaal en technologisch vlak dwingen ons het educatief systeem totaal te herdenken. Waar we vroeger informatie en kennis konden vergelijken met een groot meer is dit vandaag eerder te vergelijken met een grote rivier. Informatie en kennis verandert zo snel dat hetgeen wat vandaag actueel is, morgen misschien reeds tot de geschiedenis behoort. En de snelheid waarmee die rivier stroomt, waarmee die informatie evolueert, is de laatste jaren exponentieel toegenomen.

Onze kinderen hoofdzakelijk voorgekauwde oefeningen voorschotelen en vooraf bepaalde leerdoelstellingen geven, zal ze niet wapenen voor de toekomstige uitdagingen. Ze zullen deze constant veranderende stroom van informatie moeten leren interpreteren en creatief vertalen naar oplossingen die hun leven en wereld zullen verbeteren.

Als we de politici en de grote bedrijfsleiders aanhoren, dan moeten we vandaag massaal inzetten op innovatie. Innovatie is het sleutelwoord dat in de mond wordt genomen wanneer het erop aankomt de huidige en toekomstige problemen van deze wereld op te lossen, onze economie vooruit te stuwen, onze weerbaarheid te vergroten en onze toekomst veilig te stellen.  Aan de basis van innovatie ligt echter creativiteit, probleemoplossend- en kritisch denken, samenwerken, communicatie en de durf om te falen. Dit zijn vaardigheden die, zo toonden studies aan, we best reeds verwerven tijdens onze kindertijd als we ze doeltreffend willen kunnen gebruiken als we volwassen zijn.  Als we echter ons lager en secundair onderwijs bekijken is er geen enkel programma dat evenveel aandacht besteedt aan deze onderwerpen als dat het aan wiskunde of talen besteedt. Het feit dat je op de dag van vandaag nog steeds een B-attest kan krijgen met uitsluiting van het ASO maar waarmee je wel zonder veel voorkennis verder mag in de kunst, technische of beroepsrichtingen alhoewel je deze vakken nooit eerder hebt gehad, bevestigt nog steeds het bestaan van een verouderd hiërarchisch watervalsysteem. De thema’s die moeten leiden tot innovatie krijgen nog steeds minder waardering.

De nieuwe vorm van leren focust niet meer op het halen van eindtermen en de kwantiteit van leerstof maar stimuleert eerder ieder kind om zoveel mogelijk zijn of haar mogelijkheden en talenten te benutten. Deze onderwijsvorm stimuleert, enthousiasmeert en zet aan tot creativiteit. Het kind krijgt een leersysteem aangeboden waarbij kennis op zich niet meer het hoofddoel is, maar slechts het resultaat van de leer-, evalueer-, en implementeervaardigheden van het kind.

Betekent dit dat kinderen niet meer in groep onderwezen kunnen worden? Neen, maar hiervoor moeten we wel de definitie van de groep herdefiniëren en de leerdoelstellingen her-evalueren. We kunnen groepen onmogelijk uitsluitend blijven indelen op basis van leeftijd maar zullen hier eerder dynamisch mee moeten omgaan. Het is dus best mogelijk dat een leerling per dag in verscheidene groepen terecht komt die gevormd zijn op basis van zijn persoonlijkheid, leermethodiek, interesse en vaardigheden. Ook leerdoelen moeten flexibel worden en niet voor elke student gelijk zijn. We spreken over een adaptief educatief systeem.

We moeten dringend onze educatieve visie bijsturen. We conformeren niet langer de student aan het educatief systeem maar passen het educatief systeem aan aan de student. De leerkracht staat hierbij centraal. Deze is bekwaam genoeg en hoeft niet constant betutteld te worden door regels en wetgeving. Het systeem is behendig, snel en persoonlijk.

Alhoewel steeds meer mensen uit het onderwijsveld beseffen dat het klassieke systeem op de schop moet, gaat het voor velen niet snel genoeg. Ze hekelen het conformisme en de logheid van het apparaat. De markt staat echter niet stil. Vanuit verschillende hoeken rijzen er vragen en ook de initiatieven om hier verandering in te brengen blijven niet uit.

Vooral vanuit de ‘opensource community’ komen er voorbeelden die het klassieke educatief systeem inspiratie kunnen geven. Binnen de opensource filosofie ontwikkelt de makerwereld zich met rasse schreden. Waar de makerwereld 20 jaar geleden hoofdzakelijk bestond uit losse groeperingen van nerds die codeerden en elektronica hackten, zien we vandaag een vrij groot netwerk van organisaties met een mooi gedefinieerd educatief aanbod dat zich niet enkel beperkt tot computer- en technisch gerelateerde vaardigheden. Dagelijks breidt het aanbod zich uit en past zich zonder problemen aan aan de constant veranderende markt. De makerwereld is niet gebonden aan leerprogramma’s, een log beslissingsorgaan en vooral, het stelt het individu centraal. Het legt linken met de industrie en recentelijk zijn er ook initiatieven om de opgedane kennis binnen een makerplatform te valideren en te laten erkennen. Erkenningen die toegang zouden kunnen geven tot jobs. Als hier niet op gereageerd wordt, zou het klassieke systeem wel eens een duchtige concurrent kunnen krijgen.

Hoewel de makerwereld voor een buitenstaander lijkt op een amalgaan van losse initiatieven, zijn deze organisaties goed verbonden in een organisch netwerk, dat representatief is voor de huidige sociale ontwikkelingen. Deze netwerkcultuur die zo typisch is voor de nieuwe manier van denken en leren laat deze organisaties toe op een heel snelle en efficiënte manier expertise in te winnen. Zo slagen ze erin om hoogkwalitatief onderwijs aan te bieden zonder de nadelen van het klassieke systeem. Ze hebben ondertussen reeds contacten gelegd met diverse sectoren binnen onze maatschappij. Ze verzorgen activiteiten in bibliotheken, scholen, bedrijven, vrijetijdsorganisaties en liggen aan de basis van de vele fablabs, techshops en hackerspaces die deze wereld rijk is.

Bovendien zitten de 4 C’s, Kritisch denken (Critical thinking), Communicatie, Samenwerken (Collaboration) en Creativiteit ingebakken in de genen van de makerwereld. De 4 C’s die worden beschouwd door ‘the Partnership for 21st Century Learning’, een non-profit organisatie gevormd door een coalitie van onder meer de National Education Association (NEA), United States Department of Education, AOL Time Warner Foundation, Apple Computer, Inc., Cisco Systems, Inc., Dell Computer Corporation, Microsoft Corporation en SAP als de belangrijkste vaardigheden voor de 21ste eeuw.

Op dit ogenblik staat de makerwereld of eender welk ander initiatief nog veraf van een compleet onderwijsaanbod (men kan nog steeds geen Nederlands of geschiedenis volgen via de makerwereld) maar gezien de exponentiële groei van dit type netwerksystemen, zou het wel eens veel sneller kunnen gaan dan verwacht. Stellen dat in België de makerwereld het klassieke onderwijssysteem zou kunnen onderuithalen, is misschien een brug te ver, maar het is wel duidelijk dat wat aangeboden wordt werkt en efficiënt werkt.  Lessen kunnen geleerd worden en een pleidooi om deze systemen meer naar elkaar toe te laten groeien, mag zeker aangemoedigd worden.

Lizzy is een meubel-, product-, interieuronwerper en maker, een denker en lesgever. Hij is tevens één van de kernleden van Bulb Gent, een organisatie die creativiteit stimuleert bij kinderen en volwassenen.